Mantel MEE maakt gebruik van cookies

Door gebruik te maken van dit e-magazine, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies.

Sluiten
Foto 2 bij het interview met mantelzorger Brenda Zonnevijlle
Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd

Interview met een mantelzorger

Brenda Zonnevijlle is mantelzorger. Al heel lang. Ze was mantelzorger van haar ouders en andere familieleden. Ze is nog steeds mantelzorger van haar man Frans.

Niet altijd makkelijk

Brenda was 14 jaar toen ze Frans ontmoette op vakantie in Zeeland. Sinds die tijd waren ze onafscheidelijk. Vier jaar na hun ontmoeting zijn ze getrouwd, dat is nu 45 jaar geleden.

Ze vertelt dat ze samen heel wat zorgen hebben gehad. De moeder van Frans was jong-dementerend. Eén van zijn zussen kreeg de diagnose schizofrenie, de andere zus zit ook in een verpleegtehuis en zijn broer is jong overleden aan longkanker. Hun twee kinderen hebben allebei hersenvliesontsteking gehad op jonge leeftijd met een lange nasleep. Eén van de drie kleinkinderen is te vroeg geboren en heeft een zeldzame aandoening.

Brenda was huisvrouw en Frans werkte als hoofd automatisering bij de Haagse Hogeschool. Al jong kreeg hij last van hyperventilatie en paniekaanvallen. Toen Frans 28 jaar was, werd hij afgekeurd en moest hij zich omscholen. Dit alles had ook zijn weerslag op het gezin. Ze durfden niet vaak weg, uit angst dat het mis zou gaan als ze ergens op visite waren. Op zijn 44ste kreeg hij lichamelijke klachten en belandde Frans op de hartbewaking. Telkens krabbelde hij weer op.

Diagnose dementie

Rond zijn 54ste merkte Brenda dat haar man steeds vergeetachtiger werd. Hij kon naar de schuur lopen met zijn sleutels in zijn hand en dan nog een keer of zes terugkomen om zijn sleutels te zoeken. Het werd moeilijk om zijn werk goed te doen en dat gaf regelmatig problemen. Zo zette hij een keer per ongeluk de hoofdcomputer van de Hogeschool uit en kon niemand meer gebruik maken van het systeem. In die periode hadden Brenda en Frans ook veel conflicten, omdat hij niet goed doorhad dat er dingen niet goed gingen. Brenda herkende dingen die ze ook had gezien bij haar schoonmoeder en maakte zich zorgen. Na een periode van onderzoeken kreeg Frans in 2014 de diagnose dementie.

Terwijl Brenda thuis steeds meer voor Frans moest zorgen, kreeg ze ook steeds meer zorg voor haar ouders. ‘Ze woonden gelukkig dichtbij, want ik heb alleen mijn fiets’, zegt Brenda. Toch was het zwaar, vooral ook omdat ze het niet meer met haar Frans kon delen. ‘Mijn vader verbleef in de hospice en werd op oudjaarsdag in slaap gebracht. Frans wilde al om half 11 naar bed omdat hij moe was en geen besef had dat het oudjaar was. Toen voelde ik me voor het eerst heel erg alleen’. Ze is even stil en staart voor zich uit.

Foto 1 bij het interview met mantelzorger Brenda Zonnevijlle

Opname noodzakelijk

Na het overlijden van haar vader ging ook haar moeder achteruit: ‘Mijn moeder bleek ongemerkt drie hartinfarcten te hebben gehad en kreeg een immuunziekte en kon niet meer thuisblijven’. Ze kon alleen snel terecht in een tehuis in Rotterdam-Lombardije. ‘De laatste maanden kon ik haar alleen nog maar bellen, in verband met coronabesmettingen in het tehuis. Daar is zij ook alleen aan gestorven’, vertelt ze. Zelf is ze angstig om gebruik te maken van het openbaar vervoer en het was te ver om te fietsen. ‘Mijn dochter heeft alles geregeld en gedaan’.

Door corona was het leven bovendien extra zwaar geworden. De dagopvang waar Frans naar toe ging werd gesloten en toen zaten ze opeens samen thuis. Hij wist soms niet meer waar hij was en raakte dan in paniek. Uiteindelijk moest ook Frans opgenomen worden, thuis ging het niet meer. 

Hij woont nu 1,5 jaar in Terras aan de Maas. Dat is dichtbij, dus ze kan er iedere dag naar toe fietsen. ‘Hij herkent me niet altijd, maar hij weet wel dat ik bij hem hoor. Altijd als hij me ziet, is hij blij’. Ze vindt het heerlijk dat ze op zulke momenten zijn pretogen nog ziet stralen. Sinds kort heeft Brenda twee dagen ingepland waarop ze thuis blijft. Ze heeft o.a. last van fibromyalgie en moet wat beter op zichzelf letten.

Een aantal jaar geleden hebben ze meegewerkt aan een documentaire serie met Angela Groothuizen: ‘Voor ik het vergeet’. Ze zijn toen ruim een jaar gevolgd. ‘Ik ben zo blij dat ik dat heb,’ vertelt Brenda. ‘Het is zo mooi om terug te zien. Frans was toen nog een stuk beter en we zijn toen ook opnieuw getrouwd. Ik ben trots op mijn gezin’. 

Gezien worden is belangrijk

‘Mensen vinden het moeilijk om je aan te spreken en ontwijken je,’ vertelt Brenda. Ze had een goed contact met de buren, maar na de diagnose van Frans kreeg ze het gevoel dat deze het moeilijk vonden om contact te houden. Enkele kennissen riepen: ‘Ik bel je gauw!’. Ze zegt: ‘Sommigen moeten nu nog bellen. Je raakt mensen kwijt en dat voelt soms heel eenzaam’. Zelf probeert ze de laatste tijd heel bewust haar netwerk uit te breiden en te onderhouden. Ze heeft een paar goede vrienden dichtbij en een buurvrouw van een paar huizen verderop brengt regelmatig een maaltijd langs.

Brenda vertelt dat ze na de opname van Frans opnieuw heeft moeten leren om voor zichzelf te zorgen. Natuurlijk kon ze dat wel, maar ze legt uit: ‘Opeens moet je in je eentje beslissingen nemen en dingen regelen. Je hebt niemand om mee te overleggen’. Ze heeft o.a. het huis opnieuw ingericht. ‘Dat was wel moeilijk, ik mocht van mezelf niet blij zijn, niet teveel genieten’.

Brenda helpt vaak in het tehuis waar Frans woont. Ze vindt het leuk om een stukje met bewoners te lopen of een spelletje te doen. Ook doet ze nog heel veel voor Frans. Het personeel heeft er niet altijd tijd voor en ze doet het graag. ‘Ik wil dat hij comfortabel is’. Onlangs kreeg ze een compliment van een van de medewerkers: ’Je helpt zoveel, ook met andere bewoners. De mensen reageren goed op je’. Ze was er twee dagen ondersteboven van. ‘Je wordt gezien. En dan denk ik dat het toch wel goed met mij zit’.

De serie “Voor ik het vergeet” is terug te zien bij Videoland. Aflevering 3 is de aflevering waarin Brenda en Frans centraal staan.